Missie

Psallentes is een professioneel vocaal ensemble dat zich toelegt op gregoriaans en aanverwanten. Het werd in 2000 opgericht door Hendrik Vanden Abeele. Bijzondere aandacht gaat uit naar het gregoriaans ten tijde van de polyfonie (voornamelijk veertiende en vijftiende eeuw), en naar gregoriaans in Vlaamse bronnen uit die tijd. Naast eigen projecten werkt Psallentes ook samen met enkele vaste partners, waaronder Capilla Flamenca – het polyfoon kwartet van Dirk Snellings, en Millenarium – het Franse ensemble rond organetto-speler Christophe Deslignes. Met deze en andere ensembles, met solisten, of als zelfstandig ensemble, realiseerde Psallentes al tal van projecten, waaronder verschillende cd’s die door de internationale muziekkritiek enthousiast onthaald werden.

Sinds de oprichting in 2000 is Psallentes op zoek gegaan naar een nieuwe, andere, aansprekende manier van gregoriaans zingen, met krachtige en expressieve stem, en steeds met als vertrekpunt de historische situatie en context van het gebruikte gregoriaans. Logisch volgt daaruit het doctoraatstraject dat Hendrik Vanden Abeele sinds 2004 aflegt aan de Universiteit Leiden, met opleiding aan het Orpheus Instituut Gent (docARTES), rond de uitvoeringspraktijk van het gregoriaans in de Late Middeleeuwen en Renaissance.

Eeuwenlang is het gregoriaans de meest beoefende en de meest gehoorde muziek van de westerse muziekgeschiedenis geweest. In handboeken muziekgeschiedenis vinden we steeds dezelfde chronologie: van gregoriaans over primitieve polyfonie en Notre Dame naar Ars Antiqua, Ars Nova en Renaissance. Ook tijdens de hoogtijdagen van al deze ‘uitlopers’ bleef het gregoriaans echter een prominente rol spelen in de liturgie van de christelijke kerk. 

Toen de negentiende-eeuwers met hun typisch verlangen naar de Middeleeuwen het gregoriaans herontdekten, werd vanuit verschillende hoeken een ‘restauratie’-beweging op gang gebracht. Deze restauratie hield – althans volgens de protagonisten van deze beweging – een terugkeer in naar het gregoriaans van de vroegste eeuwen. Het werd ontdaan van alle latere ‘afwijkingen’ en ‘verminkingen’, het werd hersteld in zijn oudste en bijgevolg puurste vorm – na de tiende eeuw heette het gregoriaans namelijk in verval te zijn geraakt. Vanaf de negentiende eeuw werd dat oudste gregoriaans in toenemende mate bestudeerd, en in de uitvoeringspraktijk prevaleerde een romantisch idioom. 

Inmiddels is de belangstelling voor het gregoriaans van de latere eeuwen weer toegenomen. De aandacht voor het cultureel erfgoed is sterk gegroeid, en tot dat erfgoed behoren ook de vele vijftiende-eeuwse graduales, antifonales en processionales die in lokale bibliotheken en archieven berusten. Vlaanderen kent op dit vlak enkele rijke en belangrijke collecties, zoals die van Gent en Tongeren. 

In het contact met de vijftiende-eeuwse bronnen rijzen echter voor de hedendaagse historiserende uitvoerder van gregoriaans (en afgeleide polyfone vormen) vele vragen en problemen: 

  • het Latijn: tekst en uitspraak 
  • de stem: gebruik, tessituur, ambitus, toonhoogte, stemming 
  • tempo, ritme en frasering 
  • bezetting 
  • plaats en tijdstip van uitvoering 
  • het repertoire: transmissie, compositie, regionale verschillen 
  • het gebruik van ‘simple polyphony’ en improvisatie 
  • de interactie met polyfonie.

De eerder genoemde graduales, antifonales en processionales bevatten een grotendeels onontgonnen schat aan informatie omtrent (bepaalde aspecten van) deze problematiek. Welke uitvoeringsinstructies zijn er in deze bronnen (niet) te lezen? En concreet, op het vlak van het meest duistere uitvoeringsaspect van het gregoriaans, het ritme: is het mogelijk te achterhalen welke conventies er op ritmisch vlak gehanteerd werden bij de omgang met de kwadraatnotatie zoals ze toen gebruikelijk was? 

Het uitgangspunt is echter niet alleen wat de bronnen ons kunnen vertellen over de lokale en contemporaine uitvoeringspraktijk, doch evenzeer op welke manier deze concrete historische uitvoeringssituatie (en de onvermijdelijke en blijvende lacunes in onze kennis hierover) ons tot voedingsbodem kunnen zijn voor een voor de oren van de moderne westerse mens zowel kunstige als aansprekende interpretatie van gregoriaans. 

Uitvoeringen van gregoriaans blijven tot op de dag van vandaag eerder in amateuristische kring plaatsvinden, al dan niet gelinkt aan liturgische situaties, in een muzikale taal die overwegend romantisch is. Hiertegenover staan in dit onderzoek volgende uitgangspunten: 

  • het contact van de professionele zanger met de bronnen van de vijftiende eeuw, 
  • het solistenwerk en de meerstemmige improvisatie, 
  • de uitvoering van gregoriaans als een typische, contemporaine context voor de polyfonie, 
  • de verzelfstandiging van het gregoriaans tot kunstige concertmuziek, 
  • de blijvende interesse van de westerse mens voor vormen van spiritualiteit, 
  • en de hertaling van de gregoriaanse middelen tot een hedendaags muzikaal discours.

Psallentes stelt zich in haar projecten tot doel het inzicht in en het bewustzijn van de historische uitvoeringspraktijk van het gregoriaans in het vijftiende-eeuwse Vlaanderen in die mate te verhogen dat de zanger en de ensembleleider in zijn artistieke prestaties tot de hoogst mogelijke authenticiteit kan komen, in verschillende betekenissen van het woord. (Authentiek in de zin van overeenstemmend met, of zich verhoudend tot het oorspronkelijke, maar ook authentiek in de zin van gericht op het waarachtige en het diepgaande, in een hedendaagse beleving van het gregoriaans.)

Een dieper inzicht in, en een groter bewustzijn van de uitvoeringspraktijk van het gregoriaans in het vijftiende-eeuwse Vlaanderen zal ongetwijfeld ook de uitvoering van en de omgang met de polyfonie beïnvloeden. Zo zal worden aangetoond dat het gregoriaans en de polyfonie bevoorrechte partners zijn binnen de liturgische kunst, en dat het gregoriaans bijgevolg een belangrijke bijdrage levert aan de contextuele en historische uitvoering van de polyfonie. 

De omgang met primaire bronnen is de aanleiding tot nieuwe uitvoeringservaringen. De wisselwerking tussen theorie (de historische bronnen, de reflectie en de literatuur) en praktijk (de hedendaagse inoefening en uitvoering, al dan niet in historische context) is de fundamentele generator van nieuwe ideeën en nieuwe inzichten. Een belangrijke onderliggende doelstelling is dan ook, een bijdrage te leveren tot het actuele debat omtrent de zoektocht naar een methodologie voor het artistiek onderzoek, waarvan de artistieke praktijk zowel motor als motief is. 

De algemene doelstelling is, kort samengevat: een aansprekende, creatieve, hedendaagse omgang met het gregoriaans van de vijftiende eeuw ontwikkelen. De centrale doelstelling van Psallentes is dus het met professionele stemmen uitvoeren van gregoriaans, vertrekkend vanuit de historische situatie, zoals dit uit laatmiddeleeuwse bronnen af te leiden valt, en gericht op een vernieuwing en een verdieping van de beleving van gregoriaans in een hedendaagse context. Uit deze centrale doelstelling volgen drie concrete doelstellingen: repertoirekwesties verhelderen, meer zekerheid (of minder onzekerheid) ontwikkelen over het gregoriaanse ritme in de betreffende periode, over en vanuit de historische situatie van het vijftiende-eeuwse gregoriaans een actuele presentatie en interpretatie hiervan geven. 

Het vijftiende-eeuwse gregoriaans wordt gebruikt als voedingsbodem voor een eigentijdse omgang met het gregoriaans. Dit komt tot uiting in drie artistieke producties, die de werktitels Memorabilia, Ethica en Parafernalia meekrijgen. Dit drieluik moet het artistiek sluitstuk vormen voor het doctoraatsproject (Universiteit Leiden). Deze producties vormen de kern van de gehele artistieke output van Psallentes in de komende jaren. Naast deze kern zijn en worden er projecten gerealiseerd die aan deze producties complementair zijn, zoals het super-romantische project rond het negentiende-eeuwse gregoriaans, begeleid op harmonium.